De terugvordering

1. VERHAAL OP DE RECHTHEBBENDE

1.1. Verhaalsplicht

Behalve hieronder vernoemde 2 mogelijkheden is er van de betrokkene geen terugvordering mogelijk, zelfs wanneer de betrokkene hierover met het OCMW een overeenkomst zou gesloten hebben.

Dit betekent dat een terugvordering evenmin mogelijk is indien de betrokkene op een later tijdstip tot een betere financiële situatie komt.

De twee mogelijkheden zijn:

  1. Wanneer de beslissing tot toekenning van het leefloon met terugwerkende kracht wordt herzien.
  2. Wanneer de betrokkene de beschikking krijgt over inkomsten krachtens rechten die hij bezat tijdens de periode waarvoor hem een leefloon werd uitbetaald.

a. Indien de beslissing tot toekenning van het leefloon met terugwerkende kracht wordt herzien.

Dit gebeurt in de volgende gevallen:

  • De omstandigheden die een invloed hebben op het recht van betrokkene zijn gewijzigd.
  • Een wijziging van het recht door een wettelijke of reglementaire bepaling.
  • Een juridische of materiële vergissing van het OCMW.
  • Betrokkene heeft verzuimd bestaansmiddelen aan te geven en/of heeft onvolledige en onjuiste verklaringen afgelegd.

 1. Vergissing van het OCMW

Indien het gaat om een vergissing van het OCMW kan het centrum ofwel terugvorderen, ofwel op eigen initiatief of op vraag van de betrokkene geheel of gedeeltelijk afzien van de terugvordering.

De herziening in geval van vergissing van het OCMW kan pas gebeuren vanaf de eerste dag van de maand na de kennisgeving van de beslissing indien volgende voorwaarden vervuld zijn:

het bedrag van het toegekende leefloon is kleiner dan het aanvankelijk toegekende recht, EN

betrokkene kon eigenlijk niet weten dat het om een vergissing gaat.

Er kan dus nooit sprake zijn van terugvordering van het aan de betrokkene betaalde leefloon wanneer het recht op het leefloon lager is dan het aanvankelijk toegekende recht EN wanneer de persoon zich niet bewust kon zijn van de fout. Deze twee voorwaarden zijn cumulatief.

2. Frauduleus handelen door de betrokkene

De terugvordering van het leefloon dat ten onrechte werd uitbetaald omwille van een frauduleus handelen van de betrokkene, brengt van rechtswege onmiddellijk interest op vanaf de betaling

3. Verzuim aangifte bestaansmiddelen

Indien betrokkene verzuimd heeft bestaansmiddelen aan te geven en/of onvolledige of onjuiste verklaringen afgelegd heeft, is de terugvordering beperkt tot het bedrag waarbij deze bestaansmiddelen in aanmerking zouden genomen zijn.

De terugvordering heeft wel enkel betrekking op de periode waarin het misbruik heeft plaatsgevonden.

b. Indien de betrokkene met terugwerkende kracht de beschikking krijgt over inkomsten krachtens rechten die hij bezat tijdens de periode waarvoor hem een leefloon werd uitbetaald.

In dit geval is de terugvordering beperkt tot beloop van het bedrag waarvoor die inkomsten bij de berekening van het leefloon in aanmerking hadden moeten worden genomen indien hij er te dien tijde reeds de beschikking over zou gehad hebben.

Het OCMW treedt van rechtswege en tot beloop van dat bedrag in de rechten die de betrokkene op de hierboven bedoelde inkomsten kan doen gelden (subrogatierecht).

1.2. Afwijkingen op de verhaalsplicht

In bepaalde gevallen kan het OCMW afzien van de terugvordering van het leefloon van de betrokkene.

Namelijk :

1) Indien het centrum bij individuele beslissing om redenen van billijkheid afziet van de terugvordering. De redenen moeten vermeld worden in de beslissing.

Ook de betrokkene zelf kan billijkheidsredenen aanvoeren om de terugvordering te voorkomen.

2) Indien de kosten of inspanningen van het centrum niet opwegen tegen het verwachte resultaat.

3) Behalve in geval van arglist of bedrog wordt ambtshalve afgezien van de terugvordering van het ten onrechte uitbetaalde leefloon bij het overlijden van degene aan wie het leefloon betaald werd indien hem op dat ogenblik nog geen kennis was gegeven van de terugvordering.

 

1.3 De beslissing

De regels van de rechtspleging, zoals bepaald voor het nemen van de beslissingen van het OCMW inzake het recht op maatschappelijke integratie in de vorm van leefloon, tewerkstelling of geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie, zijn van toepassing op de beslissing tot terugvordering.

Dat betekent in het bijzonder:

  • De beslissing moet schriftelijk gebeuren;
  • De beslissing moet afdoende gemotiveerd zijn;
  • De beslissing vermeldt het bedrag dat teruggevorderd wordt en de berekeningswijze;
  • De beslissing moet een aantal verplichte elementen bevatten, zonder dewelke de beroepstermijn niet ingaat,

Die elementen zijn :

  • de mogelijkheid om bij de bevoegde rechtbank een beroep in te stellen;
  • het adres van de bevoegde rechtbank;
  • de termijn om een beroep in te stellen en de wijze waarop
  • de inhoud van de art. 728 en 1017 van het Gerechtelijk Wetboek (vertegenwoordiging en beroepsprocedure die gratis zijn);
  • de refertes van het dossier en van de dienst en de maatschappelijk werker die het dossier beheert;
  • de mogelijkheid om opheldering te verkrijgen omtrent de beslissing bij de dienst die het dossier beheert;
  • het feit dat het instellen van een beroep bij de arbeidsrechtbank de uitvoering van de beslissing niet schorst;
  • in voorkomend geval, de periodiciteit van de betaling

De beslissing moet betekend worden binnen de acht dagen bij aangetekende zending of tegen ontvangstbewijs.

Specifiek voor de terugvordering in geval van herziening met terugwerkende kracht zijn daarnaast nog volgende vermeldingen vereist, zonder dewelke de beroepstermijn niet ingaat :

  • De vaststelling dat er onverschuldigde bedragen zijn betaald;
  • Het totale bedrag van wat onverschuldigd is betaald, alsmede de berekeningswijze ervan;
  • De inhoud en de refertes van de bepalingen in strijd waarmee de betalingen zijn gedaan;
  • De in aanmerking genomen verjaringstermijn;
  • De mogelijkheid voor het OCMW om van de terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen af te zien en de procedure die hiervoor moet worden gevolgd;
  • De mogelijkheid om een met redenen omkleed voorstel van terugbetaling in schijven voor te leggen.

Het OCMW kan zijn beslissing tot terugvordering in geval van herziening met terugwerkende kracht maar ten uitvoer leggen na verloop van 1 maand.

Indien de betrokkene binnen deze termijn verzoekt om af te zien van de terugvordering, kan het centrum niet optreden dan na zijn beslissing te hebben bevestigd door een nieuwe beslissing die bij aangetekend schrijven aan de betrokkene wordt meegedeeld.

1.4. Verjaring

De terugvordering verjaart na verloop van 5 jaar. De verjaring kan gestuit worden door een aanmaning gedaan hetzij bij een ter post aangetekende brief, hetzij tegen ontvangstbewijs.

1.5. Sanctie ten opzichte van het OCMW

Indien het centrum de bepalingen inzake de terugvordering van het leefloon niet naleeft, kan de minister bevoegd voor Maatschappelijke Integratie bij een met redenen omklede beslissing weigeren de staatstoelage te betalen of beslissen ze te verminderen.

2. VERHAAL OP DE ONDERHOUDSPLICHTIGEN

2.1. Verhaalsplicht

a. De onderhoudsplichtigen

Onder bepaalde voorwaarden moet het leefloon door het OCMW krachtens een eigen recht worden verhaald op de volgende onderhoudsplichtigen

1) De ouders, de adoptanten en de personen vermeld in artikel 336 van het Burgerlijk wetboek.

Artikel 336 van het Burgerlijk wetboek bepaalt dat ‘het kind wiens afstamming van vaderszijde niet vaststaat, van degene die gedurende het wettelijk tijdvak van de verwekking met zijn moeder gemeenschap heeft gehad, een uitkering tot levensonderhoud, opvoeding en passende opleiding (kan) vorderen.’

De terugvordering is beperkt tot het leefloon, verstrekt aan hun descendenten, geadopteerden en/of de kinderen wiens afstamming langs vaderszijde niet vaststaat, zolang zij de burgerlijke meerderjarigheid niet hebben bereikt of zolang zij na die leeftijd rechtgevend blijven op kinderbijslag.

2) De kinderen en de geadopteerden

De terugvordering is beperkt tot het leefloon verstrekt aan hun ascendenten en/of adoptanten, indien blijkt dat zonder enige aanvaardbare uitleg het patrimonium van de begunstigde gedurende de laatste 5 jaar voor de aanvang van de dienstverlening in belangrijke mate is verminderd.

3) De echtgenoot en de ex-echtgenoot.

Indien bij een uitvoerbaar geworden rechterlijke beslissing ten gunste van de aanvrager een onderhoudsgeld werd bepaald, is de terugvordering beperkt tot het bedrag van dat onderhoudsgeld.

b. Terug te vorderen bedrag

  • Het verhaal wordt ingesteld tot beloop van het bedrag waartoe de onderhoudsplichtigen gehouden zijn gedurende de tijd dat het leefloon is uitgekeerd en voor zover er gedurende de periode dat het leefloon werd toegekend, een onderhoudsplicht bestond in hoofde van de onderhoudsplichtigen.
  • Vooraleer te beslissen over de uitoefening van het verhaal voert het OCMW een sociaal onderzoek naar de financiële toestand van de onderhoudsplichtigen en de familiale aspecten van de zaak.

Dit onderzoek is nodig alvorens er mogelijk kan beslist worden over het inroepen van billijkheidsredenen om af te zien van de terugvordering.

  • In geval van verhaal tegen meerdere levende onderhoudsplichtigen in een gelijke graad mag ten aanzien van ieder van hen en hun echtgenoot of echtgenote niet meer worden teruggevorderd dan de kosten van het leefloon vermenigvuldigd met de breuk waarbij de teller gelijk is aan 1 en de noemer gelijk is aan het aantal voornoemde onderhoudsplichtigen.

Enkel in uitzonderlijke gevallen en mits uitdrukkelijk gemotiveerde beslissing waarvan afschrift aan de betrokkene wordt overgemaakt, kan het OCMW van deze regel afwijken.

Indien de ouder na echtscheiding hertrouwd is (enkel in het geval van een huwelijk en in niet in het geval van een wettelijke samenwoonst),, wordt rekening gehouden met het gezamenlijk netto belastbaar inkomen van de ouder en de nieuwe echtgeno(o)t(e).

Het huwelijksstelsel waaronder betrokkenen hertrouwd zijn heeft hierop geen invloed. Ook bv. als betrokkenen met scheiding van goederen hertrouwd zijn, moet rekening gehouden worden met hun gezamenlijk netto-belastbaar inkomen.

Indien de ouder na echtscheiding samenwoont met een nieuwe partner maar niet hertrouwd is, mag enkel rekening gehouden worden met het belastbaar inkomen van de onderhoudsplichtige ouder.

Voorbeeld (bedragen van toepassing sinds 1 januari 2023)

Een alleenstaande jongere ontvangt een leefloon (€ 1.214,13 per maand).

De ouders zijn gescheiden; vader A is hertrouwd en moeder B woont samen met een nieuwe partner.

Terugvordering:    

Maximaal € 607,07 van vader A (berekening via het gezamenlijk belastbaar inkomen van A en echtgenote)

Maximaal € 607,07 van moeder B (enkel rekening houdende met het belastbaar inkomen van B)

2.2. Afwijkingen op de verhaalsplicht

In bepaalde gevallen kan het OCMW afzien van de terugvordering van het leefloon van de betrokkene.

Namelijk :

  1. Indien kan verwacht worden dat het toekennen van het leefloon niet langer zal duren dan 3 maanden.
  2. Indien de kosten of inspanningen van het centrum niet opwegen tegen het verwachte resultaat.
  3. Er mag geen verhaal worden ingesteld voor de kosten van tewerkstelling door het OCMW.
  4. Indien het centrum bij individuele beslissing om redenen van billijkheid afziet van de terugvordering.

De concrete feiten en redenen moeten vermeld worden in de beslissing.

Omwille van het delicate karakter van sommige gegevens kan het OCMW nalaten deze in de beslissing te vermelden indien ze in het sociaal verslag of in het verslag van de beraadslaging zijn opgenomen.

Ook de betrokkene zelf kan billijkheidsredenen aanvoeren om de terugvordering te voorkomen.

Voorbeelden van billijkheidsredenen zijn:

Elementen betreffende inkomsten en lasten:

  • Bescheiden inkomsten van de onderhoudsplichtigen
  • Hoge reële, bestaande lasten in het gezin zoals kosten van gezondheidsverzorging, studiekosten, hoge huurlasten, noodzakelijke betaalde huishoudhulp, afbetaling van schulden die niet het gevolg zijn van onbezonnen gedrag, ….

Elementen betreffende: de personen of familie:

  • Ernstig verstoorde relatie tussen de betrokkene en de onderhoudsplichtigen met het gevaar dat deze niet meer hersteld zal geraken
  • Het jarenlang ontbreken van contact tussen de betrokkene en de onderhoudsplichtigen
  • Betrokkene heeft zijn verplichtingen ten opzichte van de onderhoudsplichtigen niet nagekomen
  • De onderhoudsplichtigen hebben de betrokkene reeds voldoende geholpen.

Deze voorbeelden zijn - naast andere - ernstige elementen die het OCMW niet zo maar naast zich kan leggen bij het nemen van een beslissing betreffende de terugvordering.

Zij kunnen echter doorkruist worden door andere elementen in tegengestelde zin zoals bijvoorbeeld de graad van welstand van de onderhoudsplichtigen, het feit dat de onderhoudsplichtigen ten opzichte van de betrokkene nalatig zijn geweest,…

2.3. De bepaling van het terug te vorderen bedrag

a. In aanmerking neming van het netto belastbaar inkomen van het voorlaatste kalenderjaar

Er kan geen verhaal uitgeoefend worden tegen de onderhoudsplichtige indien zijn netto belastbaar inkomen van het voorlaatste kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarin over de uitoefening wordt beslist, het bedrag van € 27.368,47 niet overschrijdt (bedrag van toepassing sinds 1 december 2022).

Dit bedrag wordt verhoogd met € 3.831,59 per persoon ten laste (bedrag van toepassing sinds 1 december 2022)

Actuele bedragen 

b. Verhoging per persoon ten laste

Als persoon ten laste wordt beschouwd:

  • Elk kind waarvoor de onderhoudsplichtige, wat betreft de kinderbijslag, de hoedanigheid van bijslagtrekkende bezit. Elk kind waarvoor de echtgeno(o)t(e) van de onderhoudsplichtige, wat betreft de kinderbijslag, de hoedanigheid van bijslagtrekkende bezit.
  • Elke persoon die fiscaal ten laste is van de onderhoudsplichtige. Indien de ouders bij een scheiding hebben gekozen voor een gelijke huisvesting en de zogenaamde fiscale co-ouderschapsregeling wordt toegepast, kan het gemeenschappelijke kind beschouwd worden als ten laste van elk van de ouders.

Het aantal personen dat als ten laste kan beschouwd worden, wordt vastgesteld op het moment dat over de onderhoudsplicht wordt beslist (en niet het aantal personen dat ten laste was in het kalenderjaar dat gebruikt wordt voor het vaststellen van het netto belastbaar inkomen).

Een gehandicapt kind wordt geteld als een enkel kind ten laste.

De echtgeno(o)t(e) van de onderhoudsplichtige kan nooit beschouwd worden als iemand die fiscaal ten laste is.

c. Wijziging van de vermogenstoestand van de onderhoudsplichtige

Indien bewezen wordt dat de vermogenstoestand van de onderhoudsplichtige sinds het voorlaatste kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarin over de uitoefening wordt beslist in belangrijke mate is gewijzigd, wordt de nieuwe vermogenstoestand als basis genomen voor het uitoefenen van het verhaal en het bepalen van het bedrag van de terugvordering.

In dit geval moet het OCMW een simulatie maken wat het netto-belastbaar inkomen zou zijn op basis van de actuele inkomsten (het netto-belastbaar inkomen wordt dus vastgesteld aan de hand van het werkelijk ontvangen loon).

d. De onderhoudsplichtige beschikt niet over voormelde bedrag maar bezit meerdere onroerende goederen

Indien de onderhoudsplichtige niet over het voormelde bedrag van netto belastbaar inkomen beschikt, maar over één of meerdere onroerende goederen in volle eigendom of in vruchtgebruik beschikt, wordt een correctiefactor toegepast.

Indien het globaal kadastraal inkomen van de onroerende goederen gelijk is aan of hoger is dan € 2.000, wordt het bedrag van het netto belastbaar inkomen van de onderhoudsplichtige vermeerderd met 3 X het bedrag van het kadastraal inkomen.

Het kadastraal inkomen wordt samengesteld als volgt : het kadastraal inkomen van de onroerende goederen die de onderhoudsplichtige in volle eigendom of vruchtgebruik bezit, met uitzondering van de onroerende goederen of gedeelten van onroerende goederen die voor eigen beroepsdoeleinden worden aangewend. Dit kadastraal inkomen wordt evenwel, naargelang het aantal personen ten laste 3 of meer bedraagt, vooraf gedeeld door de coëfficiënt 1,1 verhoogd met 0,1 voor elke persoon ten laste boven de derde, doch met maximum 1,8.

Het kadastraal inkomen van de goederen waarvan de onderhoudsplichtige eigenaar of vruchtgebruiker in onverdeeldheid is, wordt vermenigvuldigd met de breuk die de belangrijkheid uitdrukt van de rechten, in volle eigendom of in vruchtgebruik, van de betrokkene op deze goederen, vooraleer het voorgaande wordt toegepast.

De correctiefactor wordt dus enkel toegepast indien beide voorwaarden tegelijkertijd vervuld zijn:

  • Het netto belastbaar inkomen van de onderhoudsplichtige is lager dan het grensbedrag waaronder geen verhaal mag uitgeoefend worden, EN
  • Het globaal kadastraal inkomen van de onroerende goederen is minstens gelijk aan € 2.000

e. Het verhaal voor de kosten van maatschappelijke dienstverleningheeft voorrang

Indien het OCMW tezelfdertijd verhaal uitoefent bij de onderhoudsplichtigen voor de kosten van het leefloon en van maatschappelijke dienstverlening, dan wordt de opbrengst slechts afgetrokken van de kosten van het leefloon nadat de kosten van de maatschappelijke dienstverlening ten laste van het centrum volledig gedekt zijn .

 

f. De schaal van tussenkomsten

Bij het bepalen van de tussenkomst van de onderhoudsplichtige volgt het OCMW een door de minister bevoegd voor Maatschappelijke Integratie vastgestelde schaal van tussenkomsten (zie hierna).

De in deze schaal vermelde terug te vorderen bedragen zijn maandbedragen.

De terugvordering op basis van de schaal wordt beperkt tot het door het OCMW aan de betrokkene betaalde bedrag van het leefloon.

Het centrum kan dus nooit meer terugvorderen dan dat het zelf betaald heeft.

Het centrum kan slechts afwijken van deze schaal bij een individuele beslissing en mits in acht name van bijzondere omstandigheden die in de beslissing worden gemotiveerd.

De bedragen van het netto belastbaar inkomen en van de schaal van tussenkomsten worden gekoppeld aan de spilindex 103,14 geldend op 1 juni 1999 (basis 1996 = 100) van de consumptieprijzen.

Actuele schalen

De schaal van tussenkomsten ( geldend vanaf 1/12/2022)

Netto belastbaar inkomen

Percentage van de inkomens-schijf waarmee rekening werd gehouden voor de berekening van de bedragen vermeld in de tabel van de terug te vorderen maandelijkse bedragen

TERUG TE VORDEREN MAANDELIJKS BEDRAG
IN FUNCTIE VAN HET AANTAL PERSONEN TEN LASTE

(bedragen geldend vanaf 1 december 2022)

(vastgesteld overeenkomstig artikel 50 van het koninklijk besluit van  11  juli  2002 houdende het algemeen reglement betreffende het recht op maatschappelijke integratie en overeenkomstig artikel 14 van het koninklijk besluit van 9 mei 1984 tot uitvoering van artikel 100bis, § 1, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn)

   
 

 

0

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10 pers. en meer ten laste

 

€ 27.368,48 - € 31.200,06

15%

€ 48

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

 

€ 31.200,07 – € 35.031,65

15%

€ 96

€ 48

-

-

-

-

-

-

-

-

-

 

€ 35.031,66 – € 38.863,24

20%

€ 160

€ 96

€ 48

-

-

-

-

-

-

-

-

 

€ 38.863,25 – € 42.694,83

20%

€ 224

€ 160

€ 96

€ 48

-

-

-

-

-

-

-

 

€ 42.694,84– € 46.526,42

25%

€ 303

€ 224

€ 160

€ 96

€ 48

-

-

-

-

-

-

 

€ 46.526,43 – €50.358,01

25%

€ 383

€ 303

€ 224

€ 160

€ 96

€ 48

-

-

-

-

-

 

€50.358,02 - € 54.189,60

30%

€ 479

€ 383

€ 303

€ 224

€ 160

€ 96

€ 48

-

-

-

-

 

€ 54.189,61 - € 58.021,19

30%

€ 575

€ 479

€ 383

€ 303

€ 224

€ 160

€ 96

€ 48

-

-

-

 

€ 58.021,20 - € 61.852,78

35%

€ 687

€ 575

€ 479

€ 383

€ 303

€ 224

€ 160

€ 96

€ 48

-

-

 

€ 61.852,79- € 65.684,37

35%

€ 798

€ 687

€ 575

€ 479

€ 383

€ 303

€ 224

€ 160

€ 96

€ 48

-

 

€ 65.684,38 – € 69.515,96

40%

€ 926

€ 798

€ 687

€ 575

€ 479

€ 383

€ 303

€ 224

€ 160

€ 96

€ 48

 

€ 69.515,97 - € 73.347,55

40%

€ 1.054

€ 926

€ 798

€ 687

€ 575

€ 479

€ 383

€ 303

€ 224

€ 160

€ 96

 

€ 73.347,56 - en meer

50%

€ 1.213

€ 1.054

€ 926

€ 798

€ 687

€ 575

€ 479

€ 383

€ 303

€ 224

€ 160

 

Voorbeelden

  • De onderhoudsplichtige heeft een netto belastbaar inkomen van € 45.000 en 3 kinderen ten laste.

Maandelijks wordt maximaal € 96 teruggevorderd.

  • De onderhoudsplichtige A is onderhoudsplichtig in 2023

In 2021 heeft A een netto belastbaar inkomen van € 40.000

A heeft 4 kinderen ten laste

A heeft een onroerend goed met een kadastraal inkomen van € 5.000 voor de helft in volle eigendom

Op basis van het netto belastbaar inkomen is A niet onderhoudsplichtig want A verdient minder dan € 42.694,84 (grensbedrag voor de onderhoudsplichtige met 4 personen ten laste)

Correctiefactor:  

kadastraal inkomen = 5.000 : 2 = 2.500

          2500 : (1,1 + 0,1) = 2.083,33

Het globaal kadastraal inkomen is hoger dan 2.000 dus

2.083,33 x 3 = 6.249,99

Totaal inkomen voor het berekenen van de onderhoudsplicht:

                    45.000 + 6.249,99 = € 51.249,99

A is maandelijks onderhoudsplichtig voor een bedrag van € 160

2.4 Procedure

- Reeds bij de leefloonaanvraag verwittigt het OCMW de betrokkene dat het een onderzoek zal voeren naar de onderhoudsplicht bij de daartoe gehouden personen.

- Indien het OCMW op basis van het sociaal onderzoek beslist om verhaal uit te oefenen op de onderhoudsplichtigen, zendt het binnen de acht dagen na deze beslissing een kopie van deze beslissing aan de onderhoudsplichtigen.

Deze beslissing moet volgende aanduidingen bevatten:

  • De wettelijke bepalingen waarop de terugvordering gebaseerd is.
  • De berekeningswijze van het teruggevorderde bedrag.
  • De mogelijkheid voor het OCMW om van de terugvordering af te zien wegens billijkheidsredenen en de procedure die hiervoor moet gevolgd worden.
  • De mogelijkheid om een met redenen omkleed voorstel tot terugbetaling in schijven voor te leggen.
  • De mogelijkheid om een voorstel van onderhoudsbijdrage voor te leggen.

Elke individuele beslissing tot het bepalen van de tussenkomst van de onderhoudsplichtige bevat de elementen op grond waarvan het bedrag van de terugvordering werd vastgelegd.

- De betrokkene kan het OCMW binnen een periode van 30 dagen na het verzenden van de beslissing verzoeken om af te zien van de terugvordering of kan ofwel een met redenen omkleed voorstel tot terugbetaling in schijven ofwel een voorstel van onderhoudsbijdrage voorleggen.

In voorkomend geval moet het centrum binnen een periode van 30 dagen na voornoemd verzoek een nieuwe beslissing nemen, die aan de onderhoudsplichtige binnen de acht dagen moet worden medegedeeld.

- Indien de onderhoudsplichtige niet reageert binnen de periode van 30 dagen na de verzending, en evenmin het verschuldigde bedrag aan het centrum heeft overgemaakt, zendt het OCMW een herinneringsschrijven waarin gemeld wordt dat hij binnen de twee weken moet betalen en dat bij ontstentenis hiervan de OCMW-ontvanger zal overgaan tot een invordering via gerechtelijke weg.

- Het verhaal op de onderhoudsplichtigen is een eenzijdig recht van het OCMW.

Het is enkel het OCMW dat de uitvoering van de beslissing kan afdwingen indien de onderhoudsplichtige weigert de te zijnen opzichte genomen beslissing uit te voeren. Bijgevolg moet er in de beslissing geen melding gemaakt worden van het feit dat de onderhoudsplichtige tegen de beslissing van het OCMW in beroep kan gaan bij de rechtbank.

Het kan hier dus zowel gaan om het niet meewerken aan het sociaal onderzoek  als om het weigeren te betalen.

2.5. Verjaring

De terugvordering verjaart na verloop van 5 jaar. De verjaring kan gestuit worden door een aanmaning gedaan hetzij bij een ter post aangetekende brief, hetzij tegen ontvangstbewijs.

2.6.Sanctie ten opzichte van het OCMW

Indien het centrum de bepalingen inzake de terugvordering van het leefloon niet naleeft, kan de minister bevoegd voor Maatschappelijke Integratie bij een met redenen omklede beslissing weigeren de staatstoelage te betalen of beslissen ze te verminderen.

2.7. Terugbetaling

In afwijking van het algemeen principe van terugbetaling, behoudt het centrum de bedragen die hij terugvordert als de begunstigde een student is die een GPMI heeft afgesloten.

3. VERHAAL OP DE AANSPRAKELIJKE DERDE

Het OCMW verhaalt het leefloon krachtens een eigen recht op de persoon die verantwoordelijk is voor de verwonding of ziekte die aanleiding gegeven heeft tot de betaling van het leefloon.

Deze terugvordering verjaart na verloop van 5 jaar.

Wanneer de verwonding of ziekte het gevolg is van een misdrijf, kan de vordering tegelijk met de strafrechtelijke vordering en voor dezelfde rechter worden ingesteld.

In dat geval verjaart de terugvordering na verloop van 5 jaar vanaf de dag volgend op de kennisname door de benadeelde van de identiteit van de dader of van de schade en uiterlijk door verloop van 20 jaar vanaf de dag volgend op die waarop het feit waardoor de schade is veroorzaakt, zich heeft voorgedaan.

De verjaring kan gestuit worden door een aanmaning gedaan hetzij bij een ter post aangetekende brief, hetzij tegen ontvangstbewijs.

Het OCMW kan slechts afzien van deze terugvorderingen bij individuele beslissing en om redenen van billijkheid die in de beslissing vermeld worden. De betrokkene kan billijkheidsredenen aanvoeren ten einde de terugvordering te voorkomen.

Indien de kosten of inspanningen niet opwegen tegen het verwachte resultaat, moet geen terugvordering ingesteld worden.

Indien het OCMW de bepalingen inzake de terugvordering van de kosten van het leefloon niet naleeft, kan de minister bevoegd voor Maatschappelijke Integratie bij een met redenen omklede beslissing weigeren de staatstoelage te betalen of beslissen ze te verminderen.