De daklozen van artikel 2, §7

1. Wettelijke bepaling

De territoriale bevoegdheid van de OCMW’s voor daklozen wordt bepaald door artikel 2, §7, van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn dat bepaalt dat:

“In afwijking op artikel 1, 1°, is het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn dat bevoegd is om maatschappelijke dienstverlening toe te kennen aan een dakloze die niet in een instelling verblijft bedoeld in § 1 het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van de gemeente waar de betrokkene zijn feitelijke verblijfplaats heeft.”

2. In de praktijk

Er moet tegelijkertijd aan twee voorwaarden worden voldaan voor de toepassing van deze bevoegdheidsregel:

Eerste voorwaarde: De persoon die de steun vraagt moet dakloos zijn

Onder dakloze moet worden verstaan “de persoon die niet over een eigen woongelegenheid beschikt, die niet de middelen heeft om daar op eigen krachten voor te zorgen en daardoor geen verblijfplaats heeft, of die tijdelijk in een tehuis verblijft in afwachting dat hem een eigen woongelegenheid ter beschikking wordt gesteld”.

Het OCMW moet de aanvrager al dan niet als dakloos kwalificeren op basis van het sociaal onderzoek.

Tweede voorwaarde: Deze persoon verblijft niet in een instelling bedoeld in artikel 2,§1, van de wet.

De bevoegdheidsregel van artikel 2, §7 is enkel van toepassing wanneer de dakloze niet in een instelling verblijft bedoeld in artikel 2,§1, van de wet (erkend opvangtehuis, psychiatrisch ziekenhuis, erkend rusthuis, enz.) op het ogenblik van zijn steunaanvraag.

Wanneer de dakloze in één van de instellingen verblijft bedoeld in artikel 2, §1, is de bevoegdheidsregel van artikel 2, §7 niet van toepassing. De bevoegdheidsregel van artikel 2, §1 is dan van toepassing : het OCMW van de gemeente waar de betrokkene op het ogenblik van zijn opname in de instelling was ingeschreven in het bevolkingsregister, het vreemdelingen-, of wachtregister voor zijn hoofdverblijf, is bevoegd.

Wanneer aan deze twee voorwaarden is voldaan, is het OCMW van de gemeente waar de betrokkene op het ogenblik van zijn steunaanvraag zijn feitelijke verblijfplaats heeft, het OCMW dat territoriaal bevoegd is om de aanvraag te onderzoeken.

Indien u hier nog geen antwoord gevonden hebt op uw vraag kunt u steeds de algemene website bezoeken waar u ook een onderdeel 'FAQ' vindt: www.mi-is.be. Het spreekt voor zich dat u zich ook steeds kunt richten tot de FrontOffice via vraag@mi-is.be of 02/5088585.