Wet RMI

Deze handleiding legt uit hoe een OCMW de kosten van de maatschappelijke integratie die het heeft toegekend aan een begunstigde kan terugvorderen bij de Staat. Het gaat om alle vormen van Maatschappelijke Integratie waar de Staat is tussengekomen in het kader van de wet van 26 mei 2002 betreffende de terugbetaling van het leefloon. De bevoegde dienst om deze dossiers de behandelen is de dienst FrontOffice.

ALGEMENE PRINCIPES VAN DE FORMULIEREN

 

Formulier B

Dit formulier wordt gebruikt om de beslissing om steun toe te kennen mee te delen en om de kosten van de toegekende hulp terug te vorderen van de staat.

Formulier C

Op dit formulier deelt het OCMW de stopzetting of een weigering van een beslissing tot toekenning van steun mee.

Formulier D

Op dit formulier vordert het OCMW de kosten van de toegekende steun terug van de Staat.

De rubrieken van formulier B

1. OCMW van

Verplicht.

  1. De naam van de gemeente.

2. NIS/KBO Nummer

a. N.I.S. nummer

b. KBO-nummer

Verplicht.

Het nummer van de gemeente, toegekend door het Nationaal Instituut voor Statistiek (N.I.S.).

Het KBO-nummer is het uniek ondernemingsnummer van het OCMW.

3. INSZ - nummer ( Identificatienummer Sociale Zekerheid)

Verplicht.

Het OCMW vult het INSZ-nummer (Identificatienummer Sociale Zekerheid) van de begunstigde in.

Het INSZ-nummer is het nummer dat voor de betrokkene gebruikt wordt door de gemeentelijke administratie (het vroegere Nationaal Nummer of Rijksregisternummer), door de instellingen van de sociale zekerheid en door de belastingen. Een formulier zonder een INSZ-nummer zal niet aanvaard worden.

Wanneer de begunstigde geen INSZ-nummer heeft, moet een bisnummer (door de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid) worden toegekend:

  • Door het OCMW of de gemeente zelf, door contact op te nemen met de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid

4. Datum invoegetreding

Verplicht.

Het OCMW vult de datum in vanaf wanneer het formulier geldig is.

Bij een eerste aanvraag is dit de datum vanaf wanneer de gegevens op het formulier geldig zijn. Praktisch gezien vult het OCMW hier de begindatum in van de periode waarvoor het leefloon verleend wordt.

Wanneer het OCMW een nieuw formulier B stuurt met het doel een wijziging in de gegevens mee te delen, is de datum invoegetreding de datum vanaf wanneer de wijziging geldig is.

Opgelet:  bij zulke wijzigingen moeten ALLE gegevens (dus ook degene die niet wijzigen) op het formulier B herhaald worden.

Wanneer het OCMW een correctie in een gegeven wil aanbrengen op een reeds bestaand formulier B, omdat dit gegeven fout is, verstuurt het een nieuw formulier B met dezelfde ‘Datum invoegetreding’, en met de code = ‘1’ in de rubriek “Statuut van het bericht”. Dit formulier vervangt dan volledig het te corrigeren formulier B.

11. Categorie van de begunstigde

Verplicht.

In deze rubriek wordt de categorie ingevuld waartoe de begunstigde behoort:

A

Een samenwonende persoon

B

Een alleenstaande persoon

E

Een persoon met gezinslast

Categorie E = persoon die uitsluitend samenwoont met een gezin te zijnen laste mits er ten minste één ongehuwd minderjarig kind aanwezig is.

Onder samenwoning (zie categorie A) wordt verstaan het onder hetzelfde dak wonen van personen die hun huishoudelijke aangelegenheden hoofdzakelijk gemeenschappelijk regelen.

12. Feitelijke leefsituatie

Verplicht.

Deze rubriek stemt overeen met de feitelijke toestand, die niet noodzakelijk dezelfde is als de juridische.

De volgende codes zijn mogelijk:

1

 

De begunstigde woont enkel samen met zijn partner

2

    tot /12/2004

De begunstigde woont samen met zijn partner en kinderen

3

 

De begunstigde woont samen met zijn partner en bloed-of aanverwanten

4

    

De begunstigde woont samen met zijn partner en anderen

5

 tot 31/12/2004

De begunstigde woont samen met zijn partner en kinderen en bloed-of aanverwanten

6

tot 31/12/2004

De  begunstigde woont samen met zijn partner en kinderen en anderen

7

tot 31/12/2004

De begunstigde woont samen met kinderen en bloed-of aanverwanten

8

tot 31/12/2004

De begunstigde woont samen met kinderen en anderen

9

   

De begunstigde woont enkel samen met zijn meerderjarige kinderen

10

   

De begunstigde woont enkel samen met bloed-of aanverwanten

11

 

De begunstigde woont samen met anderen

12

 

De begunstigde is alleenstaande

13

tot 31/12/2004

De begunstigde is alleenstaande en er zijn enkel inwonende kinderen van wie minstens één minderjarige en ten laste

14

tot 31/12/2004

De begunstigde is alleenstaande en er zijn enkel niet-inwonende kinderen van wie minstens één minderjarige en ten laste

15

tot 31/12/2004

De begunstigde is alleenstaande die onderhoudsuitkeringen verschuldigd is ten aanzien van zijn kinderen en die het bewijs van betaling levert

16

tot 31/12/2004

De begunstigde is alleenstaande die voor de helft van de tijd uitsluitend samenwoont met minstens één ongehuwd minderjarig kind ten laste = co-ouderschap

17

 

De begunstigde verblijft in een instelling

18

 

De begunstigde is een zwangere minderjarige of getrouwd of heeft 1 of meer minderjarige kinderen ten laste (A, B, E)

19

tot 31/12/2004

De begunstigde is een alleenstaande persoon die voor een geplaatst kind een bijdrage betaalt, vastgesteld door de jeugdrechtbank of de administratieve overheden in het kader van de bijstand aan of de bescherming van de jeugd

20

vanaf 01/01/2005

De begunstigde woont samen met zijn partner en uitsluitend meerderjarige kinderen

21

vanaf 01/01/2005

De begunstigde woont samen met zijn partner en uitsluitend meerderjarige kinderen en bloed- of aanverwanten

22

vanaf 01/01/2005

De begunstigde woont samen met zijn partner en uitsluitend meerderjarige kinderen en anderen

23

vanaf 01/01/2005

De begunstigde woont samen met zijn partner en uitsluitend meerderjarige kinderen en bloed- of aanverwanten en anderen

24

vanaf 01/01/2005

De begunstigde woont samen met uitsluitend meerderjarige kinderen en bloed- of aanverwanten

25

vanaf 01/01/2005

De begunstigde woont samen met uitsluitend meerderjarige kinderen en anderen

26

vanaf 01/01/2005

De begunstigde woont samen met uitsluitend meerderjarige kinderen en bloed- of aanverwanten en anderen

27

vanaf 01/01/2005

De begunstigde woont uitsluitend samen met zijn partner en één of meerdere ongehuwde minderjarige kinderen

28

vanaf 01/01/2005

De begunstigde woont uitsluitend samen met zijn partner en meerdere kinderen onder wie ten minste één ongehuwd minderjarig kind

29

vanaf 01/01/2005

De  begunstigde woont uitsluitend samen met één of meerdere ongehuwde minderjarige kinderen

30

vanaf 01/01/2005

De begunstigde woont uitsluitend samen met meerdere kinderen onder wie ten minste één ongehuwd minderjarig kind

31

vanaf 01/01/2005

De begunstigde woont uitsluitend samen met zijn partner en één of meerdere ongehuwde minderjarige kinderen en bloed- of aanverwanten

32

vanaf 01/01/2005

De begunstigde woont uitsluitend samen met zijn partner en één of meerdere ongehuwde minderjarige kinderen en anderen

33

vanaf 01/01/2005

De begunstigde woont uitsluitend samen met zijn partner en één of meerdere ongehuwde minderjarige kinderen en bloed- of aanverwanten en anderen

34

vanaf 01/01/2005

De begunstigde woont uitsluitend samen met zijn partner en meerdere kinderen onder wie tenminste één ongehuwd minderjarig kind en bloed- of aanverwanten                                                  

35

vanaf 01/01/2005

De begunstigde woont uitsluitend samen met zijn partner en meerdere kinderen onder wie tenminste één ongehuwd minderjarig kind en anderen

36

vanaf 01/01/2005

De begunstigde woont uitsluitend samen met zijn partner en meerdere kinderen onder wie tenminste één ongehuwd minderjarig kind en bloed- of aanverwanten en anderen

37

vanaf 01/01/2005

De begunstigde woont uitsluitend samen met één of meerdere ongehuwde minderjarige kinderen en bloed- of aanverwanten 

38

vanaf 01/01/2005

De begunstigde woont uitsluitend samen met één of meerdere ongehuwde minderjarige kinderen en anderen

39

vanaf 01/01/2005

De begunstigde woont uitsluitend samen met één of meerdere ongehuwde minderjarige kinderen en bloed- of aanverwanten en anderen

40

vanaf 01/01/2005

De begunstigde woont uitsluitend samen met meerdere kinderen onder wie tenminste één ongehuwd minderjarig kind en bloed- of aanverwanten

41

vanaf 01/01/2005

De begunstigde woont uitsluitend samen met meerdere kinderen onder wie tenminste één ongehuwd minderjarig kind en anderen          

42

vanaf 01/01/2005

De begunstigde woont uitsluitend samen met meerdere kinderen onder wie tenminste één ongehuwd minderjarig kind en bloed- of aanverwanten en anderen

43

 

vanaf 01/01/2005

De begunstigde woont samen met tenminste één ongehuwd minderjarig kind en een partner die niet voldoet aan de voorwaarden van categorie E

44

vanaf 30/03/2007

Dakloze met GPMI om cat. B te bekomen (cat. A à cat. B)

13. Inschrijving in het Nationaal Register

Verplicht.

Het OCMW duidt aan in welk register van het Nationaal Register de begunstigde ingeschreven is.

De volgende codes zijn mogelijk:

0

Ingeschreven in het bevolkingsregister

1

Ingeschreven in het vreemdelingenregister

3

Noch in het bevolkingsregister, noch in het vreemdelingenregister ingeschreven

14. Dakloos

Verplicht.

De volgende codes zijn mogelijk:

0

De begunstigde is NIET een persoon die zijn hoedanigheid van dakloze verliest door een woonst te betrekken die hem als hoofdverblijfplaats dient

1

De begunstigde is een persoon die zijn hoedanigheid van dakloze verliest door een woonst te betrekken die hem als hoofdverblijfplaats dient

Deze rubriek is van belang voor de verhoogde toelage van 100% gedurende een periode van ten hoogste twee jaar wanneer het leefloon wordt toegekend aan een rechthebbende die zijn hoedanigheid van dakloze verliest.

15. Studiebeurzen

Verplicht.

De volgende codes zijn mogelijk:

0

De begunstigde heeft geen studiebeurs

1

De begunstigde heeft een studiebeurs

2

De begunstigde en partner hebben een studiebeurs

3

De begunstigde en partner hebben geen studiebeurs

4

De begunstigde heeft een studiebeurs en partner heeft geen studiebeurs

5

De begunstigde heeft geen studiebeurs en partner heeft wel een studiebeurs

16. INSZ nr. Partner

Verplicht voor categorie E.

Het OCMW vult het INSZ-nummer (Identificatienummer Sociale Zekerheid) van de partner in.

21. Tewerkstelling artikel 60, § 7: aanvrager/partner

Enkel invullen als het van toepassing is.

Type: aanvrager / partner

  • Het OCMW vult het type van de tewerkstelling van de aanvrager / partner in het kader van artikel 60, § 7 in.
  • De volgende codes zijn mogelijk:

1

Tewerkstelling met het oog op werkervaring

2

Tewerkstelling met het oog op het bekomen van volledige sociale uitkeringen

3

Tewerkstelling met het oog op werkervaring (contract aangevat vanaf 01/01/2017)

4

 Tewerkstelling met het oog op het oog op het bekomen van volledige sociale uitkeringen (contract aangevat vanaf 01/01/2017)

Codes 1 en 2 zullen gecontroleerd worden zoals dit nu het geval is en codes 3 en 4 zullen specifieke regels hebben voor het Vlaamse Gewest (toepassing van het gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen (GGMMI) van CAO nr. 43. Op dit moment bedraagt dit op jaarbasis 22.141,71 € in plaats van de leefloon categorie E). De leeftijd van de begunstigde komt niet meer in aanmerking (geen meer supplement van 25%).

Uurregeling: Aanvrager / partner

  • Het OCMW duidt aan in welke uurregeling de aanvrager / partner tewerkgesteld is in het kader van artikel 60, §7.
  • De volgende codes zijn mogelijk:

1

De uurregeling van de tewerkstelling is halftijds

2

De uurregeling van de tewerkstelling is meer dan halftijds en minder dan voltijds

3

De uurregeling van de tewerkstelling is voltijds

Plaats van tewerkstelling: aanvrager / partner

  • Het OCMW duidt aan op welke plaats de aanvrager / de partner tewerkgesteld is in het kader van artikel 60, §7
  • De volgende codes zijn mogelijk:

01

De aanvrager / partner is tewerkgesteld in het OCMW zelf

02

De aanvrager / partner is tewerkgesteld in de gemeente bediend door het OCMW zelf

03

De aanvrager / partner is tewerkgesteld in een ander OCMW.

04

De aanvrager / partner is tewerkgesteld in een gemeente bediend door een ander OCMW.

05

De aanvrager / partner is tewerkgesteld in een vzw met een sociaal doel.

06

De aanvrager / partner is tewerkgesteld in een vzw met een cultureel doel.

07

De aanvrager / partner is tewerkgesteld in een vzw met een ecologisch doel.

08

De aanvrager / partner is tewerkgesteld in een intercommunale met een sociaal doel.

09

De aanvrager / partner is tewerkgesteld in een intercommunale met een cultureel doel.

10

De aanvrager / partner is tewerkgesteld in een intercommunale met een ecologisch doel.

11

De aanvrager / partner is tewerkgesteld in een vennootschap met een sociaal oogmerk zoals bedoeld in artikel 164bis van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen.

12

De aanvrager / partner is tewerkgesteld in een vereniging waarvan sprake in hoofdstuk XII van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de OCMW’s.

13

De aanvrager / partner is tewerkgesteld in een openbaar ziekenhuis dat van rechtswege aangesloten is bij de RSZPPO.

14

De aanvrager / partner is tewerkgesteld in een openbaar ziekenhuis dat van rechtswege aangesloten is bij de RSZ.

15

De aanvrager / partner is tewerkgesteld in een initiatief dat door de minister bevoegd voor sociale economie is erkend.

16

De aanvrager / partner is tewerkgesteld bij een partner die met het OCMW een overeenkomst heeft afgesloten in kader van artikel 61 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de OCMW's.

17

De aanvrager / partner is tewerkgesteld op een andere plaats.

18

De aanvrager / partner is tewerkgesteld in de privésector buiten het kader van een overeenkomst artikel 61

Enkel invullen als het van toepassing is.

Soort integratie: aanvrager / partner

In deze rubriek wordt ingevuld of de socio-professionele integratie een tewerkstelling of een beroepsopleiding betreft, en of ze tot stand gebracht is op initiatief van de aanvrager / partner zelf, door toedoen van het OCMW, door toedoen van de gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling of door toedoen van personen, instellingen of diensten waarmee het OCMW een overeenkomst heeft afgesloten.

De volgende codes zijn mogelijk:

1

Het OCMW verstrekt de opleiding of de tewerkstelling

2

Het OCMW is bemiddelaar voor tewerkstelling

3

Het OCMW is bemiddelaar voor beroepsopleiding

4

Bemiddeling van de Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling met het oog op een tewerkstelling

5

Bemiddeling van de Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling met het oog op een beroepsopleiding

6

Bemiddeling van een derde waarmee het OCMW een overeenkomst heeft afgesloten met het oog op een tewerkstelling

7

Bemiddeling van een derde waarmee het OCMW een overeenkomst heeft afgesloten met het oog op een beroepsopleiding

8

Tewerkstelling of beroepsopleiding op initiatief van de aanvrager / partner zelf

22. Socio-professionele integratie : aanvrager/partner

Enkel invullen als het van toepassing is.

Soort integratie: aanvrager / partner

In deze rubriek wordt ingevuld of de socio-professionele integratie een tewerkstelling of een beroepsopleiding betreft, en of ze tot stand gebracht is op initiatief van de aanvrager / partner zelf, door toedoen van het OCMW, door toedoen van de gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling of door toedoen van personen, instellingen of diensten waarmee het OCMW een overeenkomst heeft afgesloten.

De volgende codes zijn mogelijk:

1

Het OCMW verstrekt de opleiding of de tewerkstelling

2

Het OCMW is bemiddelaar voor tewerkstelling

3

Het OCMW is bemiddelaar voor beroepsopleiding

4

Bemiddeling van de Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling met het oog op een tewerkstelling

5

Bemiddeling van de Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling met het oog op een beroepsopleiding

6

Bemiddeling van een derde waarmee het OCMW een overeenkomst heeft afgesloten met het oog op een tewerkstelling

7

Bemiddeling van een derde waarmee het OCMW een overeenkomst heeft afgesloten met het oog op een beroepsopleiding

8

Tewerkstelling of beroepsopleiding op initiatief van de aanvrager / partner zelf

23. Geïndividualiseerd integratieproject : aanvrager/Partner

Enkel invullen als het van toepassing is.

Soort integratie: aanvrager / partner

De volgende codes zijn mogelijk:

1

De aanvrager / partner volgt een opleiding georganiseerd door de gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling (geldig tot en met 31/10/2016)

2

De aanvrager / partner volgt een opleiding georganiseerd door een instelling die een overeenkomst heeft afgesloten met het OCMW (geldig tot en met 31/10/2016)

3

De aanvrager / partner werkt bij het OCMW (geldig tot en met 31/10/2016)

4

De aanvrager / partner werkt bij een instelling in het kader van artikel 61 van de organieke wet van 8 juli 1976 (geldig tot en met 31/10/2016)

5

De combinatie van 1 of 2 met 3 of 4 (geldig tot en met 31/10/2016)

6

Het contract voldoet niet aan de voorwaarde van de duur voor de verhoogde toelage (geldig tot en met 31/10/2016)

7

Ander soort integratiecontract (geldig tot en met 31/10/2016)  

8

Geen integratiecontract omwille van gezondheids-of billijkheidsredenen

9

De aanvrager / partner die een studie met voltijds leerplan aanvat, hervat of verderzet in een door de gemeenschappen erkende, georganiseerde of betoelaagde onderwijsinstelling

10

 

11

12

15

16

17

18

19

20

 De aanvrager / partner is een student met voltijds leerplan die ook een inkomen uit tewerkstelling heeft (combinatie van code 9 met code 3 of 4 of 5)

Algemeen GPMI 

Algemeen GPMI gemeenschapsdienst  afgeschaft op 1/10/2018

GPMI student gemeenschapsdienst  afgeschaft op 1/10/2018

GPMI student gemeenschap tewerkgesteld  afgeschaft op 1/10/2018

 Algemeen GPMI + verlenging

Algemeen GPMI gemeenschapsdienst + verlenging  afgeschaft op 1/10/2018

 Algemeen GPMI tweede kans

 Algemeen GMPI gemeenschapsdienst tweede kans  afgeschaft op 1/10/2018

 

Enkel de codes 12,15,16,18 en 20 gaan over het GPMI gemeenschapsdienst. Zoals beschreven in punt 1.4.1. van de omzendbrief, dienen de GPMI’s met gemeenschapsdienst herzien te worden. De code moet aangepast worden op het ogenblik dat het GPMI zal herzien worden.

 

De codes 12,15,16,18,en 20 zullen nog tijdelijk beschikbaar zijn. Tijdens de overgangsperiode zoals vermeld in punt 1.4.1 van de omzendbrief zullen de codes 12,15,16,18 en 20 geblokkeerd worden vanaf 1/10/2018.

 

De codes dienen niet aangepast te worden voor het verleden.

 

De code 9 en de code 10 in bovenstaande tabel wordt gebruikt om integratieprojecten afgesloten met studenten aan te duiden die recht geven op een verhoging met 10% van de toelage gedurende de looptijd van het integratiecontract op voorwaarde dat het OCMW beroep doet op de terugvorderingsmogelijkheid bij de ouders, tenzij het OCMW hiervan afziet om billijkheidsredenen.

De codes 6, 7 en 8 in bovenstaande tabel worden gebruikt om integratieprojecten aan te duiden die geen recht geven op de verhoogde toelage aan 70%.

24. Tewerkstelling in het kader van het geactiveerd leeflloon : Aanvrager / Partner

Enkel invullen als het van toepassing is.

Type: Aanvrager / partner

In deze rubriek wordt aangeduid om welke vorm van tewerkstelling het gaat en welk uurrooster van toepassing is.

De volgende codes zijn mogelijk:

01

Banenplanuitkering

02

Doorstromingsprogramma met minstens halftijdse uurregeling

03

Doorstromingsprogramma met minstens halftijdse uurregeling en voorheen gewerkt in een PWA

04

Doorstromingsprogramma met minstens drie vierden uurregeling

05

Doorstromingsprogramma met minstens drie vierden uurregeling en voorheen gewerkt in een PWA

06

Doorstromingsprogramma met minstens vier vijfden uurregeling

07

Doorstromingsprogramma met minstens vier vijfden uurregeling en voorheen gewerkt in een PWA

08

Doorstromingsprogramma met minstens halftijdse uurregeling en werkloosheidscijfer gemeente 20% hoger dan gemiddelde Gewest

09

Doorstromingsprogramma met minstens vier vijfden uurregeling en werkloosheidscijfer gemeente 20% hoger dan gemiddelde Gewest

10

Erkende arbeidsposten met minstens halftijdse uurregeling

11

Erkende arbeidsposten met minstens vier vijfden uurregeling

12

In sociaal inschakelingsinitiatief (SINE-activering) met minstens halftijdse uurregeling

13

Sociaal inschakelingsinitiatief (SINE-activering) met minstens vier vijfden uurregeling

14

Invoeginterim

15

Het Activaplan

16

 Activaplan PVP – jonger dan 45 jaar

17

 Activaplan PVP – vanaf 45 jaar

18

Sociaal inschakelingsinitiatief (SINE-maatregel) vanaf 01/01/2004

19

 Combinatie van activeringen (SINE/Activaplan/Doorstromingsprogramma)

Vanaf 01/01/2017 zijn codes 12,13 en 18 nog enkel van toepassing voor Vlaanderen

De maatregelen aangeduid door de codes 4 en 5 kunnen maar toegepast worden voor aanwervingen die gebeurd zijn voor 1 januari 1999. De codes 4 en 5 kunnen na 1 oktober 2002 enkel gebruikt worden voor de lopende beslissingen.

De codes 1, 10 en 11 kunnen na 1 januari 2002 enkel gebruikt worden voor de lopende beslissingen daar het Activaplan in de plaats treedt van de banenplanuitkering en de erkende arbeidsposten.

Dezelfde code die van toepassing is bij het begin van de tewerkstelling, blijft van toepassing zolang de maatregel toegepast wordt.

25. Partnerschapsovereenkomst : Aanvrager / Partner

Enkel invullen als het van toepassing is.

Deze maatregel is niet meer van toepassing voor de Waalse OCMW ‘s met uitzondering van de 9 Duitstalige OCMW ’s

Type: Aanvrager / Partner

  • De partnerschapovereenkomst is een nieuwe maatregel waarbij het OCMW een partnerschap aangaat met de gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling en / of een of meerdere door die dienst erkende partner(s) om een gerechtigde op individuele basis te begeleiden naar een tewerkstelling in de reguliere arbeidsmarkt.

De volgende codes zijn mogelijk:

1

 Individuele begeleiding van minstens 50 uren

2

Individuele begeleiding van minstens 100 uren

31. Beroepsinkomen : Aanvrager / Partner

Enkel invullen als het van toepassing is.

Dit is het jaarlijks beroepsinkomen zonder toepassing van de vrijstelling van artikel 35.

De rubriek Beroepsinkomen partner geldt voor de nieuwe categorie E.

Voor een artiest is dit het jaarlijks beroepsinkomen zonder toepassing van de vrijstelling artistieke activiteit.

Het OCMW vult in deze rubriek dus het nettoloon x 12 (jaarbedrag) in.

32. Beroepsinkomen met toepassing artikel 35 : Aanvrager / partner

Enkel invullen als het van toepassing is.

Dit is het jaarlijks beroepsinkomen waarop de vrijstelling van artikel 35 zal toegepast worden. Het OCMW vult in deze rubriek het nettoloon x 12 (jaarbedrag) in.

De rubriek Beroepsinkomen met toepassing artikel 35 partner geldt voor de nieuwe categorie E.

Het informaticaprogramma van de POD Maatschappelijke Integratie maakt dan de berekening. Het informaticaprogramma van de POD Maatschappelijke Integratie trekt de vrijstelling artikel 35 (= SPI) van het nettoloon af.

33. Beroepsinkomen met toepassing artikel 35 : Aanvrager / Partner

Enkel invullen als het van toepassing is.

Dit is het jaarlijks beroepsinkomen waarop de vrijstelling artistieke activiteit zal toegepast worden.

De rubriek Inkomen in het kader van een artistieke activiteit partner geldt voor de nieuwe categorie E.

Het OCMW vult in deze rubriek het nettoloon x 12 (jaarbedrag) in.

Het informaticaprogramma van de POD Maatschappelijke Integratie maakt dan de berekening. Het informaticaprogramma van de POD Maatschappelijke Integratie trekt de vrijstelling artistieke activiteit van het nettoloon af.

Wordt als artistieke activiteit beschouwd: de creatie en vertolking van artistieke werken, inzonderheid op het vlak van de audiovisuele en beeldende kunsten, de muziek, de literatuur, het spektakelbedrijf, het decorontwerp en de choreografie.

34. Uitkeringen

Enkel invullen als het van toepassing is.

Het bedrag dat in deze rubrieken dient te worden ingevuld, is telkens het nettobedrag op jaarbasis.

Voor de categorie E, moet de som van de uitkeringen van de begunstigde en de partner worden ingevuld.

a) Wachtvergoeding

•     Dit is de specifieke uitkering die door de RVA wordt toegekend aan jonge werklozen die na een wachttijd deze wachtvergoeding ontvangen.

b) Werkloosheidsuitkering

•     Dit zijn de uitkeringen die door de RVA worden toegekend aan werklozen, met uitzondering van de wachtvergoedingen, die in rubriek “Wachtvergoeding” worden ondergebracht.

c) Ziekte- / invaliditeitsuitkering.

  • Dit zijn de uitkeringen die ingeval van ziekte of invaliditeit worden toegekend door specifieke overheidsdiensten.

d) Gezinsbijslag

  • Dit is de gezinsbijslag ten gunste van de leefloongerechtigde en door hem ontvangen. Wanneer een aanvraag voor het leefloon wordt ingediend door een jonge meerderjarige die zelf de gezinsbijslag trekt (hij is bijvoorbeeld gehuwd en heeft een afzonderlijk domicilie), moet men rekening houden met de gezinsbijslag die de begunstigde rechtstreeks trekt.

e) Buitenlandse sociale uitkeringen

  • Dit zijn alle uitkeringen die een begunstigde ontvangt op basis van zijn rechten op sociale zekerheid vanuit het buitenland.

f) Rust- & overlevingspensioen

  • Het betreft hier het gewoon pensioen dat aan de begunstigde wordt toegekend.

g) Gewaarborgd inkomen bejaarden / IGO

  • Deze uitkering onderscheidt zich van het gewone rust- en overlevingspensioen.

h) Toelage gehandicapten

  • Deze rubriek wordt ingevuld indien de begunstigde een toelage voor gehandicapten ontvangt.

i) Varia

  • Deze rubriek omvat de verschillende in aanmerking genomen bestaansmiddelen die wegens hun aard in geen van de vorige rubrieken ondergebracht konden worden.

Ter informatie : De uitkeringen van de rubriek 34 worden automatisch geïndexeerd aan 2% in geval van indexering van de bedragen van de categorieën. Als de indexering van 2% van deze bedragen overeenkomt met wat de persoon ontvangt, moet het formulier B niet worden teruggestuurd op datum van de indexering. Het oude formulier blijft geldig.

35. Bebouwde onroerende goederen

Enkel invullen als het van toepassing is.

In deze rubriek wordt het jaarlijks totaalbedrag vermeld dat bekomen wordt na de berekening overeenkomstig artikel 25 van het koninklijk besluit van 11 juli 2002.

Het OCMW dient zelf die berekening uit te voeren overeenkomstig de omzendbrief inzake de berekeningswijze van de bestaansmiddelen van de dienst OCMW-Reglementering.

Het OCMW vult dus het resultaat van de berekening in deze rubriek in.

Voor de categorie E, moet de som van het resultaat van de berekening van de begunstigde en het resultaat van de berekening van de partner worden ingevuld.

36. Onbebouwde onroerende goederen

Enkel invullen als het van toepassing is.

In deze rubriek wordt het jaarlijks totaalbedrag vermeld dat bekomen wordt na de berekening overeenkomstig artikel 25 van het koninklijk besluit van 11 juli 2002. Het OCMW dient zelf die berekening uit te voeren overeenkomstig de omzendbrief inzake de berekeningswijze van de bestaansmiddelen van de dienst OCMW-Reglementering. 

Het OCMW vult dus het resultaat van de berekening in deze rubriek in.

Voor de categorie E, moet de som van het resultaat van de berekening van de begunstigde en het resultaat van de berekening van de partner worden ingevuld.

37. Roerende inkomsten

Enkel invullen als het van toepassing is.

Het OCMW dient zelf de berekening uit te voeren overeenkomstig de omzendbrief inzake de berekeningswijze van de bestaansmiddelen van de dienst OCMW – Reglementering.

Het OCMW vult dus het resultaat van de berekening in deze rubriek in.

Voor de categorie E, moet de som van het resultaat van de berekening van de begunstigde en het resultaat van de berekening van de partner worden ingevuld.

38. Onderhoudsgeld

Enkel invullen als het van toepassing is.

Het betreft hier het bedrag op jaarbasis van het onderhoudsgeld dat daadwerkelijk door de begunstigde wordt ontvangen in eigen voordeel.

Voor de categorie E, gaat het om de som van het onderhoudsgeld van de begunstigde en de Partner.

39. Voordelen in natura

Enkel invullen als het van toepassing is.

Artikel 33 van het koninklijk besluit van 11 juli 2002 bepaalt dat de kosten verbonden aan de huisvesting, die de hoofdverblijfplaats van de aanvrager is, in acht worden genomen als inkomen van de aanvrager op voorwaarde dat ze ten laste worden genomen door een derde met wie hij niet samenwoont.

Maaltijden kunnen niet meer als voordelen in natura in aanmerking worden genomen.

Voor de categorie E, gaat het om de som van de voordelen in natura van de begunstigde en de partner.

40. Niet gekapitaliseerde rente

Enkel invullen als het van toepassing is.

Het betreft hier onder andere de rente gestort door een verzekeringsmaatschappij. Het is het bedrag op jaarbasis dat dient ingevuld te worden.

Voor de categorie E, gaat het om de som van de niet-gekapitaliseerde rente van de begunstigde en de partner.

41. Varia

Enkel invullen als het van toepassing is.

Deze rubriek omvat de verschillende in aanmerking genomen bestaansmiddelen die wegens hun aard in geen van de vorige rubrieken ondergebracht konden worden.  Het totaalbedrag op jaarbasis van al die “andere” bestaansmiddelen wordt hier ingevuld.

Voor de categorie E, gaat het om de som van die “anderen” bestaansmiddelen van begunstigde en partner.

42.a. Samenwonende(n) : Bestaansmiddelen

Enkel invullen als het van toepassing is.

  • In deze rubriek dient het totaalbedrag op jaarbasis ingeschreven te worden van de samenwonende(n) waarvan de bestaansmiddelen in aanmerking genomen worden en die het bedrag bepaald voor de categorie A (samenwonende) overschrijden. De informaticatoepassing van het federaal ministerie zal immers zelf de berekening maken voor ieder van bovenvermelde samenwonenden van de fictieve aanrekening van het bedrag voor de categorie “samenwonende”.
  • Artikel 34 van het koninklijk besluit van 11 juli 2002 stelt drie mogelijkheden van samenwoning vast:

Eerste mogelijkheid: artikel 34, § 1: samenwonen van de begunstigde in een feitelijk gezin. Als feitelijk gezin worden beschouwd twee personen die als koppel samenleven.

Regel: Het OCMW moet het gedeelte van de bestaansmiddelen van de samenwonende dat het bedrag bepaald voor de categorie A overschrijdt, in aanmerking nemen.

Voorbeeld: Een man en een vrouw vormen een feitelijk gezin. De man vraagt het leefloon aan; de bestaansmiddelen van de vrouw bedragen 4.957 EUR per jaar. Het OCMW moet die bestaansmiddelen in aanmerking nemen en schrijft het bedrag van 4.957 EUR in rubriek “Samenwonende(n): Bestaansmiddelen”.

      Berekening uitgevoerd door de informaticatoepassing:

                  4.957 EUR - 4.400 EUR = 557 EUR

      Het bedrag van 557 EUR is het bedrag van de in aanmerking genomen bestaansmiddelen.

 

Tweede mogelijkheid: artikel 34, §2: samenwoning van de begunstigde met

  • één of meer meerderjarige ascendenten
  • en/of descendenten van de eerste graad (zoon, dochter).

Regel: Het OCMW kan van ieder van voormelde personen het bedrag van de bestaansmiddelen dat het bedrag van het leefloon voor de categorie A overschrijdt, geheel of gedeeltelijk in aanmerking nemen. Het OCMW beslist autonoom welk bedrag het in aanmerking neemt van de bestaansmiddelen dat het bedrag van het leefloon voor de categorie A overschrijdt.

 

Voorbeeld: De begunstigde woont samen met drie kinderen A, B en C.

  • A is zoon 1 en verdient 4.957 EUR
  • B is zoon 2 en verdient 2.478 EUR
  • C is dochter en verdient 3.155 EUR

De enige persoon van wie de bestaansmiddelen het bedrag van het leefloon voor categorie A (een samenwonende) overschrijden, is A (zoon 1). Als het OCMW opteert voor het in aanmerking nemen van de bestaansmiddelen van zoon 1, dan wordt het bedrag van 4.957 EUR ingeschreven in rubriek “Samenwonende(n): Bestaansmiddelen”. De bestaansmiddelen van B (zoon 2) en C (dochter) zijn lager dan het leefloon voor categorie A (samenwonende).

        Berekening van de informaticatoepassing:

                                              4.957 EUR - 4.400 EUR = 557 EUR

Derde mogelijkheid: artikel 34, §3: alle andere gevallen van samenwoning met personen die geen aanspraak maken op het genot van de wet.

Regel: Het OCMW neemt de bestaansmiddelen van die personen niet in aanmerking.

Voorbeeld: De aanvrager van het leefloon woont samen met zijn broer, die 4.957 EUR verdient. Bij het berekenen van de bestaansmiddelen van de begunstigde wordt hier op geen enkele manier rekening mee gehouden.

42.b. Samenwonende(n) : Aantal samenwonenden

Enkel invullen als het van toepassing is.

In deze rubriek moet het aantal samenwonenden vermeld worden waarvan de bestaansmiddelen werkelijk in aanmerking werden genomen. Dit getal moet de informaticatoepassing van de POD Maatschappelijke integratie in staat stellen de vereiste berekening te maken.
 
Sinds 24/01/2019, is het informaticaprogramma aangepast.
Er werd een nieuw veld “aantal samenwonenden in categorie E” toegevoegd.
Dit dient om het aantal samenwonenden in categorie A, evenals het aantal samenwonenden in categorie E door te geven zodat het programma de correcte berekening kan maken.
 
Voorbeeld van berekening:

      Iemand met Cat A op 01/12/2018:
      Basisbedrag Cat A: 7.284,12
      Basisbedrag Cat E: 15057,85
      Met: 40.000 € aan inkomsten samenwonenden
      1 samenwonende in categorie A + 2 samenwonenden in categorie E
      Berekening als volgt: 7284,12 (basis Cat A) – 40.000 (inkomsten samenw.) + (7.284,12*1) +  (15.057,85*2) + 155 = 4.838,94
 
De softwarefirma’s van de OCMW’s worden verzocht de programma’s aan te passen aan de invoering van dit nieuw veld.

51 : Duur

Verplicht.

In deze rubriek(en) vult het OCMW de duur van de beslissing in. Tegelijkertijd is dit de geldigheidsduur van het formulier B. Deze vangt aan vanaf de datum van invoegetreding van het formulier.

Het staat het OCMW vrij te bepalen onder welke vorm (maanden, weken of dagen) het de beslissing overmaakt. Dat is de reden waarom elke van de hieronder besproken rubrieken als niet verplicht (enkel invullen als het van toepassing is) zijn aangeduid. Het OCMW is echter wel verplicht minstens één van de rubrieken van onderverdeling van duur te kiezen.

Maanden

Enkel invullen als het van toepassing is.

Het OCMW vult de duur van de beslissing tot toekenning van maatschappelijke integratie in (indien deze uit te drukken is in maanden).

Weken

Enkel invullen als het van toepassing is.

Het OCMW vult de duur van de beslissing tot toekenning van maatschappelijke integratie in (indien deze uit te drukken is in weken)

Dagen

Enkel invullen als het van toepassing is..

Het OCMW vult de duur van de beslissing tot toekenning van maatschappelijke integratie in (indien deze uit te drukken is in dagen).

Combinatie van maanden, weken en dagen

De duur kan ook aangegeven worden door een combinatie van maanden, weken en dagen. Daarbij mag niet uit het verloren worden dat maanden een variabele duur hebben en weken en dagen vanzelfsprekend niet. Eén maand heeft de duur van het aantal dagen van de maand waarin de begindatum valt.

Bijvoorbeeld :

  • een beslissing van 1 maand die aanvangt op 3 januari loopt tot en met 2 februari.
  • een beslissing van 1 maand die aanvangt op 28 februari loopt tot en met 27 maart

52. Datum beslissing

Verplicht.

Deze datum valt samen met de datum van de zitting waarin het OCMW zijn beslissing tot toekenning, herziening of verlenging van het leefloon heeft genomen.

61. Jaarlijks bedrag leefloon

Enkel invullen als het van toepassing is.

Het gaat hier om het aanvullend leefloon of het gewoon jaarlijks bedrag leefloon. Er is recht op aanvullend leefloon wanneer het in aanmerking te nemen bedrag van de bestaansmiddelen lager is dan het bedrag van het leefloon volgens categorie A, B of E.

Het gaat om het daadwerkelijk aan de begunstigde toegekende jaarbedrag op de datum van invoegetreding van de beslissing. Dit bedrag moet door het OCMW zelf berekend worden, rekening houdend met de bestaansmiddelen en de aftrek vermeld in artikel 22 § 2 van het koninklijk besluit van 11 juli 2002.

Het aldus door het OCMW opgegeven bedrag is een controlemiddel voor de behandeling van de gegevens door de informaticatoepassing van de POD Maatschappelijke Integratie. Indien het opgegeven bedrag fout is, zal het formulier B worden geweigerd.

62. Verhoging leefloon

Enkel invullen als het van toepassing.

Het gaat hier om de installatiepremie.

Het gaat hier om de toekenning van een verhoogd leefloon aan een persoon die dakloos was of die bestendig verbleef in een openluchtrecreatief verblijf of een weekendverblijf omdat hij niet in staat was om over een andere woongelegenheid te beschikken en die dit verblijf effectief verlaat om een woonst te betrekken die hem als hoofdverblijfplaats dient. Sinds 1 januari 1997 kan deze verhoging slechts eenmaal in het leven worden toegekend; er zal bijgevolg een foutcode worden opgegeven indien een OCMW een beslissing doorstuurt voor een begunstigde die reeds eerder dit bedrag ontving (ook al gebeurde dit in een ander OCMW).

In tegenstelling tot de andere bedragen die op het formulier B worden ingevuld, en waar telkens op jaarbasis wordt gewerkt, gaat het hier steeds om het maandbedrag dat voor categorie E van toepassing is en dit ongeacht de werkelijke categorie van de begunstigde.

63. Toelage artikel 60, § 7 begunstigde

Enkel invullen als het van toepassing is.

Het gaat om het jaarbedrag van de toelage die voorzien is voor de tewerkstelling van de begunstigde in het kader van artikel 60, § 7 van de organieke wet van 8 juli 1976.

Indien het gaat om een minimaal halftijdse en minder dan voltijdse tewerkstelling, vult het OCMW 6.000 EUR (500 EUR/per maand X 12) in.

Indien het gaat om een voltijdse tewerkstelling, vult het OCMW het jaarbedrag van categorie E leefloon in. (oud traject)

Als begunstigde jonger is dan 25 jaar: + 25 % van toelage art 60 § 7 (oud traject)

Indien het om een sociaal economie-initiatief gaat, vult het OCMW de werkelijke bruto jaarlijkse loonkost met een maximumgrens (die altijd 1 januari geïndexeerd wordt) per jaar in. (oud traject)          

64. Toelage artikel 60 § 7 partner

Enkel invullen als het van toepassing is.

Het gaat om het jaarbedrag van de toelage die voorzien is voor de tewerkstelling van de partner van de begunstigde in het kader van artikel 60 § 7 van de organieke wet van 8 juli 1976.

65.Toelage artikel 61 begunstigde

Enkel invullen als het van toepassing is.

Het gaat om het jaarbedrag van de toelage die voorzien is voor de tewerkstelling van de begunstigde in het kader van artikel 61 van de organieke wet van 8 juli 1976 = begeleidingspremie / vormingstoelage

De staatstoelage is gelijk aan de reële, werkelijk gemaakte begeleidings-en/of vormingskosten in een maand x 12

         Maar inzake de toelage moet rekening worden gehouden met de maximumbedragen afhankelijk van de werktijdregeling:

         125 EURO per volledig gewerkte maand in een halftijds werktijdregeling;

         187,5 EURO per volledig gewerkte maand in een 3/4 werktijdregeling;

         200 EURO per volledig gewerkte maand in een 4/5 werktijdregeling;

         250 EURO per volledig gewerkte maand in een voltijds werktijdregeling.

VB: werknemer in voltijds dienstverband:

                  220 EURO = werkelijk gemaakte kosten per maand  toelage = 220 EUR x 12

                  260 EURO = werkelijk gemaakte kosten per maand  toelage = 250 EURO x 12

66. Toelage artikel 61 partner

Enkel invullen als het van toepassing is.

Het gaat om het jaarbedrag van de toelage die voorzien is voor de tewerkstelling van de partner van de begunstigde in het kader van artikel 61 van de organieke wet van 8 juli 1976 = begeleidingspremie / vormingstoelage

67. Bedrag activering begunstigde

Enkel invullen als het van toepassing is.

Het gaat om het jaarbedrag van de toelage die voorzien is voor de tewerkstelling van de begunstigde in het kader van een tewerkstellingsprogramma van activering van het leefloon (een Doorstromingsprogramma, een Erkende arbeidspost, een Banenplanuitkering, een Sociaal Inschakelingsinitiatief, een Invoeg interim of het Activaplan).

De specifieke toelages die voorzien zijn voor de tewerkstellingsprogramma’s zijn de volgende:

  • Banenplanuitkering:  de tewerkstelling is minstens halftijds: de toelage bedraagt steeds 148,74 EUR per maand (1.784,88 EUR op jaarbasis);
  • Doorstromingsprogramma  met minstens halftijdse uurregeling: de toelage bedraagt 250 EUR per maand (3.000 EUR op jaarbasis );
  • Doorstromingsprogramma  met minstens drie vierden uurregeling: de toelage bedraagt 297,47 EUR per maand (3.569,64 EUR op jaarbasis);
  • Doorstromingsprogramma  met minstens vier vijfden uurregeling: de toelage bedraagt 325 EUR per maand (3.900 EUR op jaarbasis);
  • Doorstromingsprogramma  met minstens halftijdse uurregeling en de begunstigde heeft vóór zijn tewerkstelling in een PWA gewerkt: de toelage bedraagt 300 EUR per maand (3.600 EUR op jaarbasis);
  • Doorstromingsprogramma  met minstens drie vierden uurregeling en de begunstigde heeft voor zijn tewerkstelling in een PWA gewerkt: de toelage bedraagt 347,05 EUR per maand (4.164,60 EUR op jaarbasis);
  • Doorstromingsprogramma  met minstens vier vijfden uurregeling en de begunstigde heeft vóór zijn tewerkstelling in een PWA gewerkt: de toelage bedraagt 375 EUR per maand (4.500 EUR op jaarbasis);
  • Doorstromingsprogramma met minstens halftijdse uurregeling en de begunstigde woont in een gemeente waar het werkloosheidscijfer tenminste 20 % hoger is dan het gemiddelde van het Gewest: de toelage bedraagt 435 EUR per maand (5.220 EUR op jaarbasis);
  • Doorstromingsprogramma met minstens vier vijfden uurregeling en de begunstigde woont in een gemeente waar het werkloosheidscijfer tenminste 20 % hoger is dan het gemiddelde van het Gewest: de toelage bedraagt 545 EUR per maand (6.540 EUR op jaarbasis);
  • Erkende arbeidspost in het kader van een herinschakelingsprogramma  met minstens halftijdse uurregeling: de toelage bedraagt 433,81 EUR per maand (5.205,72 EUR op jaarbasis);
  • Erkende arbeidspost in het kader van een herinschakelingsprogramma  met minstens vier vijfden uurregeling: de toelage bedraagt 545,37 EUR per maand (6.544,44 EUR op jaarbasis);
  • Sociaal inschakelingsinitiatief (SINE-activering)  met minstens halftijdse uurregeling: de toelage bedraagt 435 EUR per maand (5.220 EUR op jaarbasis);
  • Sociaal inschakelingsinitiatief (SINE-activering) met minstens vier vijfden uurregeling: de toelage bedraagt 545 EUR per maand (6.540 EUR op jaarbasis).
  • Invoeg interim: de toelage bedraagt 500 EUR per maand (6.000EUR op jaarbasis)
  • Activaplan: de toelage bedraagt het evenredig gedeelte van 500 EUR per maand (voltijds: 6.000 EUR op jaarbasis)
  • Activaplan PVP voor personen jonger dan 45 jaar:  de toelage bedraagt 900 EUR per maand (10.800 EUR op jaarbasis);
  • Activaplan PVP vanaf 45 jaar:  de toelage bedraagt 1100 EUR per maand (13.200 EUR op jaarbasis);
  • Sociaal inschakelingsinitiatief (SINE-activering) vanaf 01/01/2004: de toelage bedraagt voor een voltijdse betrekking 500 EUR per maand en voor een deeltijdse betrekking 500 EUR x Q/S x1,5 - beperkt tot maximum 500 EUR per maand ( Q/S is de tewerkstellingsbreuk, zijnde de verhouding tussen het uurrooster voorzien in de arbeidsovereenkomst enerzijds en het theoretisch voltijds uurrooster anderzijds)

Combinatie van activeringen: de toelage is de som van de toelage van de deeltijdse activeringen

68. Bedrag activering partner

Enkel invullen als het van toepassing is.

Het gaat om het jaarbedrag van de toelage die voorzien is voor de tewerkstelling van de partner van de begunstigde in het kader van een tewerkstellingsprogramma van activering van het leefloon.

69. Partnerschapovereenkomst begunstigde

Deze maatregel is niet meer van toepassing voor de Waalse OCMW ‘s met uitzondering van de 9 Duitstalige OCMW ’s

Enkel invullen als het van toepassing is.

De staatstoelage voor de begunstigde bedraagt 250 EUR of 500 EUR per overeenkomst afhankelijk van het aantal uren (code 1= minstens 50 uren of code 2 = minstens 100 uren) dat de individuele begeleiding inhoudt.

70. Partnerschapovereenkomst partner

Deze maatregel is niet meer van toepassing voor de Waalse OCMW ‘s met uitzondering van de 9 Duitstalige OCMW ’s

Enkel invullen als het van toepassing is.

De staatstoelage voor de partner bedraagt 250 EUR of 500 EUR per overeenkomst afhankelijk van het aantal uren (code 1 = minstens 50 uren of code 2 = minstens 100 uren) dat de individuele begeleiding inhoudt

71. Toelage onderhoudsgeld begunstigde

Enkel invullen als het van toepassing is.

De toelage onderhoudsgeld voor de begunstigde bedraagt 50 % van het bedrag van de betaalde onderhoudsgelden, met een maximum van 1.100 EUR per jaar.

De POD Maatschappelijke Integratie betaalt 100 % van toelage terug.

72. Toelage onderhoudsgeld partner

Enkel invullen als het van toepassing is.

De toelage onderhoudsgeld voor de partner bedraagt 50 % van het bedrag van de betaalde onderhoudsgelden, met een maximum van 1.100 EUR per jaar.

De POD Maatschappelijke Integratie betaalt 100 % van toelage terug.

80. Statuut van het bericht

Enkel invullen als het van toepassing is.

Het OCMW duidt aan of het formulier B een regularisatie is van een eerder aanvaard formulier B.

De volgende codes zijn mogelijk:

0

Dit formulier B is geen regularisatie van een bestaand formulier B

1

Dit formulier B is een regularisatie van een bestaand formulier B

Wanneer een formulier B dat reeds naar de dienst Leefloon verstuurd is en door deze aanvaard is (dit wil zeggen dat er voor dit formulier geen foutcodes zijn), en dit formulier bevat fouten of vergissingen, kan het OCMW een formulier B ter regularisatie versturen. Dit formulier ter regularisatie B moet volledig ingevuld worden, moet dezelfde datum van invoegetreding hebben als het formulier dat geregulariseerd moet worden, en bevat de correcte gegevens omtrent het leefloon. In deze rubriek vult het OCMW dan de code ‘1’ in. Vervolgens zal dit formulier B het eerder verstuurde formulier B met hetzelfde “Nationaal nummer” en dezelfde “Datum invoegetreding” vervangen.

Dit heeft tot gevolg dat er geen formulier B ter regularisatie kan verstuurd worden wanneer er een fout is in “Nationaal nummer” of in de “Datum invoegetreding”.

Wanneer het verbeterde formulier B tot gevolg heeft dat er een wijziging teweeg wordt gebracht in de staatstoelage, zal deze staatstoelage automatisch met terugwerkende kracht verbeterd worden. Dit zal blijken op de maandstaat.

Het betreft enkel een regularisatie wanneer het een correctie van een formulier B betreft dat aanvaard werd.

Wanneer het OCMW een formulier B verstuurt ter correctie van een formulier B dat wel al eerder werd opgestuurd maar dat toen niet aanvaard werd (er zijn één of meerdere foutcodes voor dit formulier), gaat het niet om een regularisatie. Dit wil zeggen dat het OCMW een nieuw en volledig ingevuld formulier B verstuurt maar dat het de code ‘1’ niet mag invullen in deze rubriek (tenzij het niet-aanvaarde te corrigeren formulier B zelf als regularisatie was opgestuurd).

81. Referentie

Enkel invullen als het OCMW dat wenst.

Het OCMW kan in deze rubriek een referentienummer aan het formulier toekennen van maximaal 12 posities.

Het nummer is vrij te kiezen door het OCMW en zal in de informatie die door de dienst Leefloon aan het OCMW teruggezonden wordt, steeds worden vermeld.

Het OCMW is niet verplicht deze rubriek in te vullen.

De rubrieken van formulier C

1. OCMW van

Verplicht.

De naam van de gemeente.

2. NIS / KBO nummer

  1. N.I.S. nummer
  2. KBO-nummer

Verplicht.

  • Het nummer van de gemeente, toegekend door het Nationaal Instituut voor Statistiek (N.I.S.).
  • Het KBO-nummer is het uniek ondernemingsnummer. Het KBO-nummer moet voorlopig niet gebruikt worden, het zal pas vanaf 01/01/2006 gebruikt worden in het leefloon.

3. IBSZ-nummer begunstigde

Verplicht.

Het OCMW vult het INSZ-nummer (Identificatienummer Sociale Zekerheid) van de begunstigde in.

Het INSZ-nummer is het nummer dat voor de betrokkene gebruikt wordt door de gemeentelijke administratie (het vroegere Nationaal Nummer of Rijksregisternummer), door de instellingen van de sociale zekerheid en door de belastingen. Een formulier zonder een INSZ-nummer zal niet aanvaard worden.

Wanneer de begunstigde geen INSZ-nummer heeft, moet een bisnummer (door de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid) worden toegekend:

  • Door het OCMW of de gemeente zelf, door contact op te nemen met de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid.

4. Datum invoegetreding

Verplicht.

Dit is de datum waarop de beslissing tot weigering of intrekking van het leefloon haar uitwerking heeft. Indien het een intrekking betreft, is het in feite de datum vanaf wanneer het lopende formulier B niet meer geldig is.

11. Datum beslissing

Verplicht.

Deze datum valt samen met de datum van de zitting waarin de beslissing tot weigering of intrekking van het leefloon door het OCMW werd genomen. Het bevoegde centrum neemt een gemotiveerde beslissing binnen de dertig dagen volgend op het ontvangen van de aanvraag.

12. Aard van de beslissing

Verplicht.

Het OCMW geeft aan of het om een weigering, dan wel een intrekking van het leefloon gaat.

 1

Dit formulier betreft een weigering

2

Dit formulier betreft een intrekking

21.Statuut van het bericht

Enkel invullen als het van toepassing is

  • Het OCMW duidt aan of het formulier C een regularisatie of een intrekking is van een eerder opgestuurd formulier C.
  • De volgende codes zijn mogelijk:

  0

Het formulier C is geen regularisatie van een bestaand formulier C

1

Het formulier C is een regularisatie van een bestaand formulier C

9  

Het formulier C is een intrekking van een bestaand formulier C

Wanneer het OCMW niets invult, wordt verondersteld dat het geen regularisatie betreft.

Wanneer een formulier C dat reeds naar de dienst Leefloon verstuurd is en door deze aanvaard is (dit wil zeggen dat er voor dit formulier geen foutcodes zijn), en dit formulier bevat fouten of vergissingen, kan het OCMW een formulier C ter regularisatie versturen. Dit formulier ter regularisatie C moet volledig ingevuld worden, moet dezelfde datum van invoegetreding hebben als het formulier dat geregulariseerd moet worden, en bevat de correcte gegevens omtrent de stopzetting die wordt meegedeeld. In deze rubriek vult het OCMW dan de code ‘1’ in.  Vervolgens zal dit formulier C het eerder verstuurde formulier C met hetzelfde “Nationaal nummer” en dezelfde “Datum invoegetreding” vervangen.

  • Dit heeft tot gevolg dat er geen formulier C ter regularisatie kan verstuurd worden wanneer er een fout is in het nationaal nummer of in de “Datum invoegetreding”.
  • Wanneer het verbeterde formulier C tot gevolg heeft dat er een wijziging teweeg wordt gebracht in de Staatstoelage, zal deze staatstoelage automatisch met terugwerkende kracht verbeterd worden. Dit zal blijken op de maandstaat.
  • Het betreft enkel een regularisatie wanneer het een correctie van een formulier C betreft dat aanvaard werd.
  • Wanneer het OCMW een formulier C verstuurt ter correctie van een formulier C dat wel al eerder werd opgestuurd maar dat toen niet aanvaard werd (er zijn één of meerdere foutcodes voor dit formulier), gaat het niet om een regularisatie. Dit wil zeggen dat het OCMW een nieuw en volledig ingevuld formulier C verstuurt maar dat het de code ‘1’ niet mag invullen in deze rubriek (tenzij het niet-aanvaarde te corrigeren formulier C zelf als regularisatie was opgestuurd).
  • Het OCMW kan ook een reeds ingediend formulier C intrekken. Daartoe vult het een formulier C in met identiek dezelfde gegevens als degene die vermeld staan op het in te trekken formulier C. In de rubriek “Statuut van het bericht” vult het OCMW de code ‘9’ in. Het oorspronkelijke formulier C wordt vervolgens geannuleerd; het lijkt nooit bestaan te hebben.
  • De intrekking heeft tot gevolg dat het formulier B dat door het oorspronkelijke formulier C stopgezet werd, opnieuw geldig is alsof er nooit een stopzetting gebeurd is. De loopduur die oorspronkelijk op dit formulier B ingevuld werd, is terug geldig.

22. Referentie

Enkel invullen als het OCMW dat wenst.

Het OCMW kan in deze rubriek een referentienummer aan het formulier toekennen van maximaal 12 posities.

Het nummer is vrij te kiezen door het OCMW en zal in de informatie die door de dienst Leefloon aan het OCMW teruggezonden wordt, steeds worden vermeld.

Het OCMW is dus niet verplicht een referentienummer in te vullen.

De rubrieken van formulier D

1. OCMW van

Verplicht.

De naam van de gemeente.

2. NIS / KBO nummer

  1.  N.I.S. nummer
  2.  KBO-nummer

Verplicht.

  • Het nummer van de gemeente, toegekend door het Nationaal Instituut voor Statistiek (N.I.S.).
  • Het KBO-nummer is het uniek ondernemingsnummer.

3. INSZ - nummer begunstigde

Verplicht.

Het OCMW vult het INSZ-nummer (Identificatienummer Sociale Zekerheid) van de begunstigde in.

Het INSZ-nummer is het nummer dat voor de betrokkene gebruikt wordt door de gemeentelijke administratie (het vroegere Nationaal Nummer of Rijksregisternummer), door de instellingen van de sociale zekerheid en door de belastingen. Een formulier zonder een INSZ-nummer zal niet aanvaard worden.

Wanneer de begunstigde geen INSZ-nummer heeft, moet een bisnummer (door de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid) worden toegekend:  

  • Door het OCMW of de gemeente zelf, door contact op te nemen met de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid.

4. Maand terugvordering / volgnummer

Verplicht.

In deze rubriek vermeldt het OCMW de maand en het jaar waarin de ontvangsten geboekt zijn.

Het volgnummer duidt aan het hoeveelste formulier D voor deze maand en voor dit dossier werd ingediend. Voor een eerste formulier D voor een maand voor een begunstigde vult het OCMW “1” in; voor een tweede formulier voor dezelfde maand en dezelfde begunstigde vult het OCMW “2” in, enzovoort.

11. Type van terugvordering

Verplicht.

De volgende codes zijn mogelijk:

01

Terugvordering leefloon 50% tot 70% (in functie van referentie maand)

04

Terugvordering leefloon geïndividualiseerd sociaal integratieproject 70% (voor 01/07/2014)

05

Terugvordering leefloon inschrijving vreemdelingenregister (100%)

06

Terugvordering voor een dakloze die voor het eerst een woonst betrekt die hem als hoofdverblijfplaats dient (100%)

08

Terugvordering van de in het kader van artikel 61 van de organieke wet van 8 juli 1976 ontvangen toelage (100%)

09

Terugvordering verhoogd leefloon (100%)

11

Terugvordering aanvullend leefloon tewerkstellingsprogramma’s (100%)

12

Terugvordering personeelskosten

14

Terugvordering sociaal economie-initiatief (100%)

15

Terugvordering artikel 60 § 7 van de organieke wet van 8 juli 1976 deeltijds (100%)

16

Terugvordering artikel 60 § 7 van de organieke wet van 8 juli 1976 voltijds (100%)

17

Terugvordering leefloon geïndividualiseerd sociaal integratieproject met studenten (60% tot 80%) (in functie van referentie maand)

18

Terugvordering doorstromingsprogramma’s

19

Terugvordering sociaal inschakelingsinitiatief (SINE-activering) (100%)

20

Terugvordering invoeginterim (100%)

21

Terugvordering het Activaplan (100%)

22

Terugvordering banenplanuitkering (100%)

23

Terugvordering erkende arbeidsposten (100%)

24

Terugvordering Activaplan PVP – jonger dan 45 jaar

25

Terugvordering Activaplan PVP – vanaf 45 jaar

26

Terugvordering sociaal inschakelingsinitiatief na 01/01/2004

27

Terugvordering combinatie van activeringen

28

Terugvordering partnerschapovereenkomst

29

Terugvordering onderhoudsgeld

30

Terugvordering leefloon geïndividualiseerd sociaal integratieproject 75% (vanaf 01/07/20214)

32

Kosten begeleiding en activering GPMI 10%

33

Kosten begeleiding en activering GPMI student 10%

34

Artikel 60 deeltijds vanaf 01/01/2017 (nieuw voor Vlaanderen)

35

Artikel 60 voltijds vanaf 01/01/2017 (nieuw voor Vlaanderen)

36

Sociaal economie initiatief vanaf 01/01/2017 (nieuw voor Vlaanderen)

12. Teruggevorderd bedrag (100%)

Verplicht.

Het betreft het binnen de grenzen van de periode hieronder omschreven, daadwerkelijk teruggevorderd bedrag. Dit bedrag mag niet hoger zijn dan het bedrag van het tijdens de betreffende periode toegekende leefloon.

13. Begin periode

Verplicht.

Het OCMW vult de begindatum in van de periode waarop de terugvordering betrekking heeft. Het gaat dus over het begin van de periode waarvoor het teruggevorderd leefloon oorspronkelijk werd uitgekeerd.

14. Einde periode

Verplicht.

Het OCMW vult de einddatum in van de periode waarop de terugvordering betrekking heeft. Het gaat dus over het einde van de periode waarvoor het teruggevorderd leefloon oorspronkelijk werd uitgekeerd.

De periode van de terugvordering moet minimaal 1 dag bedragen.

De begin- en einddatum moeten in hetzelfde kalenderjaar vallen.

21. Statuut van het bericht

Enkel invullen als het van toepassing is.

Het OCMW duidt aan of het formulier D een regularisatie is van een eerder opgestuurd formulier D met hetzelfde nationaal nummer, dezelfde “Maand terugvordering”.

De volgende codes zijn mogelijk:

  0

Het formulier D is geen regularisatie van een bestaand formulier D

   1

Het formulier D is een regularisatie van een bestaand formulier D

Wanneer het OCMW niets invult, wordt verondersteld dat het geen regularisatie betreft.

Wanneer het OCMW code “1” invult, vervangt het formulier D het eerder verstuurde formulier D met hetzelfde nationaal nummer en dezelfde “Maand terugvordering”. Het is belangrijk dat het OCMW het formulier D volledig invult, dat het dus niet enkel het te wijzigen gegeven invult maar ook alle andere gegevens.

Het betreft enkel een regularisatie wanneer het een correctie van een formulier D betreft dat aanvaard werd. Wanneer het OCMW een formulier D verstuurt ter correctie van een formulier D (dat wel al eerder werd opgestuurd maar dat toen niet aanvaard werd (en aldus niet ingebracht kon worden in de informaticatoepassing van de dienst Leefloon) gaat het niet om een regularisatie. Dit wil zeggen dat het OCMW in dat geval dan ook niet de code ‘1’ mag invullen in deze rubriek.

22. Referentie

Enkel invullen als het OCMW dat wenst.

Het OCMW kan in deze rubriek een referentienummer aan het formulier toekennen van maximaal 12 posities.

Het nummer is vrij te kiezen door het OCMW en zal in de informatie die door de dienst Leefloon aan het OCMW teruggezonden wordt, steeds worden vermeld.

Het OCMW is dus niet verplicht een referentienummer in te vullen.